Stichting ZEHG is opgericht door vrouwen die zelf hyperemesis gravidarum in hun zwangerschap(pen) hebben meegemaakt. Zij kregen te maken met onbegrip van medisch personeel, gebrek aan informatie en het gevoel er alleen voor te staan met deze aandoening. Dit gaf de motivatie om hier iets aan te willen veranderen.

In 2013 is Stichting ZEHG (Zwangerschapsmisselijkheid en Hyperemesis Gravidarum) opgericht. Waarom “ZEHG”? Omdat de onbekendheid met HG, zowel binnen de medische sector als binnen de sociale omgeving niet goed is. Veel mensen ervaren onbegrip, diagnoses worden niet gesteld of de oorzaak van veelvuldig overgeven wordt als psychisch benoemd.

ZEHG dus dat je HG hebt. ZEHG dat HG een aandoening waar nog veel onbekend over is, maar die zeker niet licht opgevat mag worden.

ZEHG het in de pers, tegen medici, tegen het onderzoeksveld, tegen je vrienden en familie. Onder doelstellingen lees je wat we willen bereiken rondom HG.

Stichting ZEHG: Zwangerschapsmisselijkheid en Hyperemesis Gravidarum
Bochtige Weg

Blog Layla – Ziekenhuisopname

Ik zie door de bomen het bos niet meer. In mijn buik groeit een super verrassing. Op dit moment kan het mij gestolen worden. Het enige waar ik belangstelling voor heb, is een oplossing voor mijn ziekmakende toestand. Ik ben radeloos, ik kan niet meer helder denken. Het gevecht met mijn lichaam schopt de hele boel overhoop. Ik ben vreselijk in de war. Mijn overlevingsmechanisme is meer actief dan me lief is. Het is nog steeds mogelijk om deze zwangerschap te beëindigen. Ik zit binnen de zone waarin een kunstmatige beëindiging mag plaatsvinden. Het is mijn enige escape, want ik ga dit niet overleven. Ik haat mezelf. De gedachtes voor het stoppen van mijn zwangerschap spoken nu een dikke week door mijn hoofd. Ik heb ze zelfs hardop gehoord, terwijl ik ze uitsprak naar Rick. Hij keek me met open mond aan. Hij wist geen woord uit te brengen. Het was een vreselijk moment en nu haat ik mezelf, juist hierom.

Het was mijn huisarts die mij gisteren uit voorzorg doorstuurde naar het ziekenhuis voor een aantal testen, om eventuele uitdroging voor te zijn. Al was het alleen goed voor mijn eigen gemoedstoestand. Er vond een actie plaats en dat was precies wat ik nodig had.

Ondanks dat ik probeerde om, naast de waardes van de afgenomen testen, mijn situatie extra te belichten, werd ik aan het eind van de dag weer naar huis gestuurd. Hoe kon dat nu? In welke toestand moest ik dan daadwerkelijk verkeren om serieus genomen te worden? Val ik onder de diagnose aanstelleritis? Ik klapte volledig dicht. Ik stond op, gaf de assistente een hand om het gesprek te beëindigen en trok stellig mijn jas aan. Ik was klaar met haar. De assistente keek verbouwereerd. Ik kon dit vanuit mijn ooghoeken zien. Ik had niets lelijks gezegd, absoluut niet. Wel kreeg ze toen ik opkeek de beruchte Layla blik toegeworpen. Ik was daar zeker niet trots op. Maar een moeder in nood die niet serieus genomen werd, die bijna smeekte om hulp maar deze niet kreeg en zo haar laatste strohalm uit haar handen zag wegglippen, maakte simpelweg gebruik van moederlijk buitenaardse krachten. Degene, die op dat moment moedwillig in de weg stond (want de assistente had bij twijfel kunnen overleggen met de gynaecoloog, maar was zo fier op haar eigen conclusie) en in de ogen van de moeder juist de redding van haar kind bewust stagneerde, tja die kreeg de blik des oordeel.

Terug thuis wilde ik alleen zijn. Ik liep rechtstreeks naar onze slaapkamer en sloot mezelf op.  Ik was uitgeput en volledig in tranen. Ik was verscheurd door mijn eigen gedachtes over het eventueel kunstmatig stoppen van mijn zwangerschap. Niemand kon mij helpen. Ik voelde mij geïsoleerd van iedereen en het meeste van mezelf. Wat moest ik nu doen? Isabella kwam over een uur uit school en ik kon mij niet in deze toestand aan haar presenteren. Ik ging op bed liggen, in de hoop dat ik in slaap viel. Om even weg te vliegen uit deze wereld. Neem mij mee in een mooie droom, zodat ik deze nachtmerrie voor even kane vergeten. En mijn misselijkheid ook, want die was er nog steeds. Ik viel in slaap.

In mijn droom zat ik, groen van de misselijkheid, vast op een boot. Krampachtig klampte ik me vast aan de reling, herhaaldelijk proberend om me het ritme van de misselijkmakende golven eigen te maken, met de wensgedachte het eerste stukje vaste land in de verte te zien. Dat gaf troost, dan was ik er bijna, op de plaats van mijn nieuwe bestemming: mama zijn van mijn kindje.

Tijdens de zware reis, nog voordat ik mijn bestemming had bereikt, kwam heel snel mijn troost. Niet het uitzicht van het vaste land, dat was door de lange afstand en tijd nog niet mogelijk. Maar er bleek nog een passagier te zijn, ik was helemaal niet alleen op de boot. Een lief dapper jongetje van ongeveer 5 jaar oud, met halflange blonde haren en grote bruine ogen die dwars door mij heen keken, stond aan de andere kant van de reling. Een medepassagier die dezelfde reis en dezelfde weg als ik onderging. Door de luidruchtige golven en de tendens die het voortbracht, had ik hem bijna over het hoofd gezien.

‘Mama hier ben ik, kun je mij zien? Kun je mij horen? Strek jouw hand naar voren uit, dan kun je mij voelen en houd ik jou stevig vast. Wij maken deze reis samen. Mama ik ben er al, wij zijn er al.’

Met het lieve kinderstemmetje nog hoorbaar in mijn hoofd schrok ik wakker. Van heel dichtbij had ik het mooiste en het liefste jongetje van de hele wereld gezien. Mijn zoontje. Een warme verliefdheiddeken lag nog over mij heen.

Een verpleegkundige komt mijn kamer ingelopen. Mijn koffer staat nog ingepakt naast me op het bed. ‘Mevrouw Cremer?’ vraagt de verpleegkundige. ‘Ja,’ antwoord ik wat terughoudend. ‘Ik kom u installeren en gereed maken voor het infuus.’

In alle haast heb ik vanmorgen na het onverwachte telefoontje van de gynaecoloog snel wat kleding erin gepropt. ‘Goedemorgen mevrouw Cremer,’ klonk het door de telefoon. ‘U bent gisteren voor een uitgebreide controle in het ziekenhuis geweest. Hoewel de uitslag door mijn assistente niet overtuigend genoeg werd bevonden, wil ik u met spoed verzoeken om terug te komen naar het ziekenhuis. Mijn bevindingen concluderen op dit moment tot ziekenhuisopname. U dreigt uit te drogen.’ Eindelijk werd er serieus naar mijn toestand gekeken.

Natuurlijk krijg ik een infuus, dat is de ultieme oplossing voor mij. Voldoende vocht laten circuleren in mijn lichaam, zonder de kokhalsreflexen. Isabella is mee en ik zie aan haar dat ze niet beseft wat er allemaal gebeurt met haar mama. Mama heeft een baby in haar buik. Dat weet ze maar al te goed. ‘Waarom zijn we in het ziekenhuis? Ga jij hier slapen? Mag ik bij jou blijven?’vraagt Isabella aan mij. Ik schiet meteen vol, maar ik houd mijn tranen in bedwang. Rick tilt Isabella op en zet haar naast mij neer op het bed. Rick beantwoordt de vragen: ‘Mama is een beetje ziek. De dokters gaan mama helpen, zodat ze niet meer hoeft te spugen.’ Isabella begint hard te lachen en zegt: ‘Ja mama doet gek, ze maakt hele gekke geluiden, zo doet ze.’ Isabella kan en alleen zij mag het gênante geluid van mijn braken nadoen. Ze gaat op het bed staan, in een vooroverhangende positie en geeft de perfecte imitatie van de overgeefspecialist weer. Natuurlijk kan ik daar om lachen. Ik ga haar missen de komende dagen, ik mis haar nu al. Toch ben ik blij met de zorg en rust die ik zonder haar aanwezigheid ga krijgen. Mijn infuus wordt geprepareerd en geïnstalleerd. Isabella vraagt of het pijn doet. ‘Nee hoor, het is maar een klein prikje’ antwoord ik. Rick komt rustig in beweging en bereidt hiermee Isabella voor op ons afscheid. ‘Dag lieve schat, morgen kom je op bezoek hier bij mij en dan gaat het al veel beter met mama,’ zeg ik geruststellend tegen haar en tevens tegen mezelf. Isabella en Rick zwaaien voor het laatst in de deuropening en ze verdwijnen de gang op.

Ik kijk omhoog naar de twee grote met vocht gevulde zakken aan de infuusstandaard. Zo simpel kan het dus zijn. Gewoon hop een naald in je arm en de boel wordt zonder ingewikkeld gedoe doorgespoeld. Weken lang heb ik geworsteld met een normaal glaasje water en nu vloeit het vocht mijn lichaam in. Hier lig ik dan, in het ziekenhuis. In een klein kamertje met het uitzicht over een toegangweg voor het bestemmingsverkeer voor de woonwijk. Gelukkig een mooi vooruitzicht. In mijn situatie is een leuk uitzicht een pre, dat realiseer ik mij al te goed. Tijdens onze huwelijksreis in Bali hadden we uitzicht op een karakterloze muur. Dan lig ik hier een heel stuk beter.

This Post Has 3 Comments

  1. Hey iedereen,

    Ik ben momenteel ook voor de 2e keer zwanger en lig nu een week in het ziekenhuis.
    De verhalen die ik hier telkens lees zyn: “ze prikken het infuus en ik ben beter…” By my dus niet. Ik lig hier een week en blyf nog steeds overgeven. Ik ben vaak duizelig, heb last van diarree en voel me nog steeds ROT. Een bezoekje van myn man, brengt me altyd aan het wenen. Hy doet alles voor me. Een bezoekje vd dochter (15 maanden oud) is super vermoeiend.
    Daarstraks zei gynaecoloog dat als het niet verbeterd, ik aan de sonde moet, maar ik zie dat echt niet zitten.
    Zyn er nog dames, waar het ziekenhuis ook niet veel wonderen verricht?

    Groetjes
    Wanhopige Kristien

    1. Dag,

      Ook bij mij hielp het infuus niet meer! Uiteindelijk sondevoeding gekregen! In de darmen! Hierdoor niet meer overgeven zolang hij goed zat, de misselijkheid bleef wel! Van tevoren zie je dat niet zitten maar het is mijn enige redmiddel geweest dus als er geen andere optie is zou ik het proberen!

      Veel sterkte!

      Groet,

    2. Mijn dochter ligt 5 dagen in het ziekenhuis ah infuus, 3 soorten medicijnen hebben niet kunnen verhelpen dat ze nog steeds spuugt en misselijk is. Ze is niet eens in staat om haar facebook te openen.
      Wanhopige oma

Comments are closed.

Search