skip to Main Content

Stichting ZEHG is opgericht door vrouwen die zelf hyperemesis gravidarum in hun zwangerschap(pen) hebben meegemaakt. Zij kregen te maken met onbegrip van medisch personeel, gebrek aan informatie en het gevoel er alleen voor te staan met deze aandoening. Dit gaf de motivatie om hier iets aan te willen veranderen.

In 2013 is Stichting ZEHG (Zwangerschapsmisselijkheid en Hyperemesis Gravidarum) opgericht. Waarom "ZEHG"? Omdat de onbekendheid met HG, zowel binnen de medische sector als binnen de sociale omgeving niet goed is. Veel mensen ervaren onbegrip, diagnoses worden niet gesteld of de oorzaak van veelvuldig overgeven wordt als psychisch benoemd.

ZEHG dus dat je HG hebt. ZEHG dat HG een aandoening waar nog veel onbekend over is, maar die zeker niet licht opgevat mag worden.

ZEHG het in de pers, tegen medici, tegen het onderzoeksveld, tegen je vrienden en familie. Onder doelstellingen lees je wat we willen bereiken rondom HG.

Stichting ZEHG: Zwangerschapsmisselijkheid en Hyperemesis Gravidarum

Landelijk onderzoek naar de behandeling van HG en de gevolgen voor het kind: de Mother studie!

MOTHER_logo_def._zonder_rand

De MOTHER-Studie: Onderzoek naar de behandeling en gevolgen van ernstig zwangerschapsbraken

Waarom dit onderzoek?
Ernstig zwangerschapsbraken, ook wel hyperemesis gravidarum (HG), is de meest voorkomende reden voor ziekenhuisopname in de 1e helft van de zwangerschap. We weten dat HG geassocieerd is met ongunstige zwangerschapsuitkomsten zoals een lager geboortegewicht van het kind en dat het een grote impact heeft op de kwaliteit van leven. Desondanks is over de oorzaak en behandeling van de aandoening erg weinig bekend.

Op dit moment krijgen vrouwen met HG tijdens een ziekenhuisopname vocht via het infuus toegediend. Over het algemeen krijgen ze geen specifieke zorg met betrekking tot hun voedingsinname, hoewel sondevoeding soms wordt gebruikt als laatste redmiddel. Het is echter onduidelijk welke behandeling effectief is. We weten dat het geven van sondevoeding een goede manier is om uitdroging en ondervoeding in niet-zwangere patiënten te behandelen maar er bestaan nog geen gerandomiseerde onderzoeken waarbij is onderzocht of sondevoeding bij patiënten met HG de klachten en kwaliteit van leven kan verbeteren of opnameduur kan bekorten. Ook is niet bekend of sondevoeding een gunstig effect heeft op de uitkomst van de zwangerschap.

Er is steeds meer bewijs dat ondervoeding vroeg in de zwangerschap gevolgen kan hebben voor de gezondheid van het nog ongeboren kind voor zijn hele verdere leven, waaronder een toegenomen risico op hart- en vaatziekten. Het blijkt dat al vanaf de geboorte stoffen in het bloed aantoonbaar zijn die dit risico lijken te voorspellen. Het zou kunnen dat dit ook geldt voor kinderen van moeders met HG, deze lange termijn gevolgen zijn echter nog nooit onderzocht.

Waar staat MOTHER voor?
De afkorting ‘MOTHER’ staat voor: Maternal and Offspring outcomes after Treatment of HyperEmesis by Refeeding.

Welke vrouwen kunnen deelnemen aan het onderzoek?
Zwangere vrouwen die worden opgenomen in het ziekenhuis vanwege HG, tenminste 18 jaar of ouder zijn en een zwangerschapsduur hebben tussen 5+0 en 19+6 weken.

Wat houdt het onderzoek precies in?
We vergelijken twee behandelingen: Sondevoeding of vochttoediening via het infuus.

Indien een patiënte meedoet aan het onderzoek loot zij voor 1 van beide behandelingen (50% kans). In het geval van sondevoeding wordt ontslag met sonde naar huis aangemoedigd. De patiënte wordt dan begeleid door een diëtiste uit het ziekenhuis. Indien de patiënte loot voor een infuus verloopt de zorg zoals dat nu ook het geval is. De overige zorg, zoals het voorschrijven van medicijnen tegen de misselijkheid is voor beide groepen hetzelfde. Welke medicijnen precies worden voorgeschreven hangt af van het ziekenhuis waar u bent opgenomen.

Tijdens de eerste 20 weken van de zwangerschap vragen we naar de klachten van misselijkheid en braken, het gewicht en de eetlust door middel van vragenlijsten en een dagboekje.

Na de bevalling nemen we wat bloed uit de navelstreng af (niet van de baby) en een hapje van de moederkoek om onderzoek naar stofjes te doen die het risico op hart- en vaatziekten kunnen voorspellen.

Een jaar na de geboorte vragen we nog een keer een vragenlijst in te vullen. Verder zouden we graag in de toekomst de gezondheid van de kinderen willen vervolgen.

Waar vindt het onderzoek plaats?
De MOTHER-studie is sinds kort gestart in het AMC Amsterdam en Medisch Centrum Alkmaar. We verwachten eind dit jaar dat de studie ook in andere ziekenhuizen zal starten.

Wilt u graag meedoen? Vraag ernaar bij uw arts.

Voor een actueel overzicht van deelnemende ziekenhuizen klikt u hier.

Verdere informatie over de MOTHER-studie vindt u op:

www.studies-obsgyn.nl/mother  en

www.watverwachtu.nl

U kunt uw vraag ook stellen via: mother@studies-obsgyn.nl

We hopen van harte dat u wilt deelnemen aan dit onderzoek om een betere behandeling in de toekomst mogelijk te maken!

Namens de MOTHER-projectgroep:

Prof. dr. T.J. Roseboom, AMC Amsterdam

Prof. dr. B.W.J. Mol, AMC Amsterdam

Prof. dr. J.A.M. van der Post, AMC Amsterdam

Dr. R.C. Painter, AMC Amsterdam

Dr. C. Ris-Stalpers, AMC Amsterdam

Dr. J.M.J. Bais, MCA Alkmaar

Iris Grooten, arts-onderzoeker MOTHER studie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
×Close search
Zoeken