Skip to content

Stichting ZEHG

Groot Zuideveld 152

4271 CD Dussen

RSIN: 853225345

KvK: 58889914

Rekeningnummer: NL98RABO0138707030

Heb je vragen of wil je contact met ons? Stuur en berichtje via het contactformulier hiernaast.

LET OP!

Ben je journalist/redacteur en wil je in contact komen met ons? Stuur dan een email naar media@zehg.nl

    Hoe heet je? (verplicht)

    Je e-mail (verplicht)

    Onderwerp (verplicht)

    Je berichtje (verplicht)

    BLOG: Toen zelfs de geur van mijn man te veel was | Hyperemesis Gravidarum

    Door Jessica | Secretaris Stichting ZEHG | Ervaringsdeskundige

    Hyperemesis Gravidarum (HG) neemt meer weg dan eten en drinken. Het neemt rust weg, energie weg, jezelf weg. Maar soms neemt het ook iets weg waarvan je nooit had gedacht dat je het zou kunnen verliezen: de troost van de persoon van wie je het meest houdt.

    Sommige dagen uit mijn HG-periode zijn vervaagd. Andere kan ik nog bijna uur voor uur terughalen. Dit is zo’n dag.

    Het is 2014 en ik lig opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. Op de Acute Opname Afdeling. Niet op een rustige kamer, maar samen met vijf andere patiënten.

    Het is druk. Veel te druk.

    Overal om me heen piepen apparaten. De vrouw naast me hoest vrijwel onafgebroken. Tegenover mij heeft een patiënt bezoek van haar dochter, die twee jonge kinderen heeft meegenomen. Ze gillen, rennen heen en weer en maken lawaai zoals gezonde kinderen dat doen. Hun moeder krijgt ze niet stil en vertrekt ook niet.

    Normaal zou ik me daar misschien niet eens aan storen.

    Maar met HG komt alles tien keer harder binnen.

    De misselijkheid golft door mijn lichaam. Ik kan niets verdragen. Geen licht. Geen geluid. Geen geuren. Zelfs het minste beetje prikkeling voelt als een aanval.

    Rond lunchtijd verschijnt de voedingsassistente met een kar vol eten. Nog voordat ze bij mijn bed is, ruik ik het al.

    Mijn maag draait onmiddellijk om.

    Ik pak snel het kleine grijze nierbekken naast mijn bed en geef over. Het bakje zit meteen vol.

    Wat mis ik op zulke momenten mijn emmer van thuis. Het klinkt misschien vreemd, maar daar kon ik tenminste fatsoenlijk in overgeven. Deze kleine ziekenhuisbakjes waren totaal niet gemaakt voor iemand die de hele dag misselijk is.

    Ik ben veel te zwak om zelf naar het toilet te lopen. Een verpleegkundige helpt me door het volle bakje weg te gooien.

    Ondertussen vraagt de voedingsassistente vrolijk wat ik wil eten.

    Ze heeft het briefje aan het voeteneinde van mijn bed niet gezien.

    Ik mag 48 uur niets eten om mijn maag rust te geven.

    En toch heb ik honger.

    Dat is misschien wel een van de meest bizarre dingen aan HG. Je lichaam schreeuwt om voedingsstoffen terwijl je tegelijkertijd niets binnen kunt houden.

    Een verpleegkundige vraagt of ik misschien een raketje wil.

    Dat wil ik wel.

    Even voelt het als iets positiefs op een verder ellendige dag.

    Maar ondertussen begint ook de hoofdpijn weer op te komen. Een bekende bijwerking van de medicatie. Het licht doet pijn. De geluiden doen pijn.

    Ik vraag voorzichtig of er echt geen andere kamer beschikbaar is.

    Een paar minuten later komt de verpleegkundige terug.

    Met wat geluk is er een kamer vrijgekomen.

    Blijkbaar vinden ze het ook geen goed idee om een vrouw met HG op de kraamafdeling te leggen. Begrijpelijk, want tussen huilende baby’s liggen terwijl je al geen enkele prikkel kunt verdragen, klinkt als een nachtmerrie.

    Ik krijg een eenpersoonskamer op een andere afdeling.

    Wat een opluchting.

    Zodra de deur achter me dichtgaat, voel ik de rust.

    De verpleegkundige plakt zelfs een briefje met ‘Niet storen’ op de deur. Hoewel dat briefje later door meer dan één persoon genegeerd zal worden.

    Het is pas 13.30 uur.

    De kamer is stil.

    Tenminste… bijna stil.

    Er hangt een klok.

    Tik.

    Tak.

    Tik.

    Tak.

    Ik had nooit gedacht dat een klok me tot wanhoop kon drijven, maar dat monotone getik lijkt rechtstreeks mijn hoofd binnen te komen.

    De gordijnen zijn dicht. Elke straal daglicht maakt de hoofdpijn erger.

    Een verpleegkundige komt even kijken hoe het gaat.

    ‘Mag die klok alsjeblieft weg?’ vraag ik.

    ‘Ik word gek van het getik.’

    Ik probeer daarna te slapen.

    Even lukt het.

    Maar wanneer ik wakker schrik en op de klok kijk, blijkt het pas 14.15 uur te zijn.

    Pas.

    Het voelt alsof ik al uren heb gelegen.

    Uit mijn tas pak ik een blauwe menthol-FLU. Tijdens mijn zwangerschap heb ik er ontelbaar veel gegeten. Op de een of andere manier hielpen ze soms een beetje tegen de misselijkheid.

    Ik probeer opnieuw te slapen.

    Weer zonder succes.

    Als ik op de klok kijk is het 15.30 uur.

    De middag sleept zich voort.

    Mijn man is onderweg vanuit zijn werk naar het ziekenhuis.

    Ik kijk ernaar uit om hem te zien. Ik mis hem. Zijn knuffels. Zijn aanwezigheid. Zijn vertrouwde geur.

    Gewoon even iemand dichtbij hebben.

    Iets voor vijf uur gaat de deur open.

    Daar is hij.

    Maar nog voordat hij goed en wel binnen is, voel ik mijn maag draaien.

    De misselijkheid komt ineens in volle hevigheid terug.

    Ik begin opnieuw over te geven.

    Zelfs zijn geur verdraag ik niet.

    Niet omdat ik dat niet wil.

    Integendeel.

    Juist omdat ik hem zo gemist heb, doet het extra pijn.

    Hij heeft speciaal gedoucht voordat hij kwam. Toch lukt het me niet om hem dichtbij te laten komen. Uiteindelijk vraag ik hem voorzichtig weer weg te gaan.

    Dat moment vergeet ik nooit meer.

    De persoon die je het liefst wilt zien, degene naar wie je de hele dag hebt uitgekeken, moet je na een paar minuten weer wegsturen omdat je lichaam simpelweg nergens meer tegen kan.

    Gelukkig begreep hij het.

    Hij nam het me niet kwalijk.

    Maar dat maakte het verdriet niet minder.

    Mensen denken bij HG vaak aan misselijkheid en overgeven. En ja, dat is een groot deel van de werkelijkheid.

    Maar HG neemt ook de meest gewone, menselijke dingen van je af.

    Samen eten.

    Een wandeling maken.

    Een gesprek voeren.

    Of gewoon de armen van degene van wie je houdt om je heen voelen.

    Op die dag in 2014 besefte ik hoe ziek ik werkelijk was. Niet omdat ik in het ziekenhuis lag, maar omdat zelfs de troost van mijn eigen man te veel was geworden voor mijn lichaam om te verdragen.

    En dat blijft misschien wel een van de pijnlijkste herinneringen uit mijn HG-periode.

    Jessica is secretaris van Stichting ZEHG en zet zich in voor meer bewustwording, erkenning en betere zorg voor vrouwen met Hyperemesis Gravidarum (HG).
    Back To Top