skip to Main Content

Stichting ZEHG

Groot Zuideveld 152

4271 CD Dussen

RSIN: 853225345

KvK: 58889914

Rekeningnummer: NL98RABO0138707030

Heb je vragen of wil je contact met ons? Stuur en berichtje via het contactformulier hiernaast.

LET OP! Ben je journalist/redacteur en wil je in contact komen met ons? stuur dan een email naar media@zehg.nl

Hoe heet je? (verplicht)

Je e-mail (verplicht)

Onderwerp

Je berichtje

Drugsdealers, ondernemerschap en witte rijst

Met 5 weken wist ik dat ik zwanger was. De ontdekking dat ik vermoedelijk HG had kwam met 6 weken. Met 7 weken zat ik trillend op mijn benen en uitgeput bij de verloskundige.  Samen met mijn vriend, die, geheel tegen mijn gewoonte in, het woord deed.

Uit de achterbak
Deze verloskundige had maar heel even nodig om mij in te schatten en te begrijpen wat er aan de hand was.  “Kom”, zei hij. Hij nam ons mee naar buiten en op de parkeerplaats deed hij de achterbak van zijn auto open en haalde daar 3 doosjes Emesafene uit. “Net ingeleverd door een patiënt, neem maar mee”.

Mijn drugsdealer, mijn held! Gierend van de lach en gelijktijdig huilend zijn we naar huis gereden: vanwege het feit dat ik dope uit een achterbak gekregen had, maar ook van opluchting. Ik ben namelijk ondernemer. Ik had wel een klein beetje spaargeld, maar niet voldoende voor 9 maanden plus zwangerschapsverlof. Ik moest eenvoudigweg werken.

Die avond hebben we een plan gemaakt. De doelstelling was uit het ziekenhuis blijven en zo lang mogelijk blijven werken. We wisten waarmee we te maken hadden en hoe ernstig het zou kunnen zijn: Mijn moeder had meermalen tijdens de 4 zwangerschappen in het ziekenhuis gelegen, mijn zusje had HG, HelpHER bood een schaar aan informatie en mijn vriend was verpleegkundige.

Elke 5 minuten een hapje
De verloskundig gaf me een tip waar ik veel aan gehad heb. Hij zei “Zet een sinaasappel neer en neem elke 5 minuten een theelepeltje sap, en blijf dat doen”. Nu was sinaasappelsap iets waar ik de geur niet eens van kon verdragen, maar de gedachte van voortdurend een theelepeltje was in mijn hoofd gepland.

We vertaalden dat in: Muizenhapjes, en wanneer van alles wat ik opeet, 10% blijft hangen, dan redden we het vast!

Vanaf dat moment kwam ik in een militair regime terecht. Elke dag zorgde mijn vriend dat de (koel)kast vol was: gekookte aardappels, witte rijst, meerdere soorten groente. Vla, yoghurt. Wit brood, bruin brood, beschuit. Stukjes meloen en stukjes appel. Alles kant en klaar en in hapklare brokjes. En ik hapte. De hele dag door. Tegen wil en dank. Tot absolute, diepgaande weerzin aan toe.

10%… 10%…. 10%…..

The show must go on
Ik had in die tijd een ad interim opdracht voor 3 dagen per week, 5 maanden lang, als manager van ongeveer 80 man. 1,5 uur in de trein en dan nog 15 minuten lopen om daar te komen.  Een organisatie waar ze me er direct uit zouden knikkeren als ik als zwak gezien werd. Mondje dicht dus. Geen probleem, want ik ben van het type dat met een gebroken been nog door blijf lopen. Dat ik vaak naar de wc ging en dan de lange route nam die niet langs de koffieautomaten kwam viel niet op. Dat ik nooit mee lunchte lag aan een drukke agenda. Dat ik bevriend was met elke lantarenpaal tijdens het loopje van het station, wist niemand. Dat er zakjes met spuug in mijn prullenbak lagen was niet zichtbaar. The show must go on.

Bikkelen… bikkelen… en eenzaam….

We hielden bij wat ik at op een schema op de koelkast. Hoe veel. Wanneer. Welke voedingsstoffen er in zaten. En of het eten even binnen was gebleven of er direct was uitgekomen. Overgeven op een lege maag telde niet mee: ik verloor er immers geen voedingsstoffen door.

Schema’s… voedingsstoffen… ik moet MOET hapjes nemen

Ik kon nauwelijks drinken, maar ontdekte dat ik als ik sliep wel water binnenhield. Dus voor het slapen drinken en een paar uur later maakte mijn vriend me wakker en dronk ik weer.  ‘S morgens afvinken: target gehaald of niet?

We ontdekten dat adrenaline hielp om eten binnen te houden. Dus voor een spannende meeting at ik een heel(!) broodje op. Ik zocht de bewust adrenaline op en plande dingen die ik spannend vond door de hele week heen. We ontdekten dat een inspannende dag standaard gevolgd werd door een slechte dag. Extra muizenhapjes op de inspannende dag dus.

Goeie en slechte dagen
We ontdekten dat er goede dagen en slechte dagen waren. De goede dagen nam ik meer muizenhapjes uit het bakje witte rijst. En de slechte dagen zat ik huilend naast de wcpot, of lag in bed. De wcpot die met azijn was schoongemaakt, want de geur van zeep betekende dat ik de wc voorlopig niet meer uitkwam.

De geur van eten triggerde uiteraard overgeven, dus mijn vriend kookte wanneer ik niet thuis was en at zijn eigen eten zelf veelal buiten op. Tandenpoetsen triggerde overgeven, dus poetste ik minder en zonder tandpasta. Douchen was garantie op overgeven, dus waste ik me met een washandje. Middagslaapjes gaven een slechte middag, dus 9 maanden lange geen middagslaapjes. Bukken betekende overgeven, dus ik droeg alleen instapschoenen.

Vermijden van triggers… vermijden… vermijden…

Botte humor
We zorgden voor positieve dingen. Echoprints hingen aan de muur. Een paar foto’s van mijn prachtige (slanke!) lijf. Een professionele doppler. En heel veel humor. Geen grapje was te bot of te hard om om de idiotie te lachen. Ik voelde me hierdoor veilig en begrepen door mijn (HG) familie en mijn vriend. Daarbuiten wist eigenlijk niemand wat er echt aan de hand was. Druk druk druk en ja, wel misselijk. Maar dagen in bed, niet meer douchen en een militair regime wist alleen mijn directe familie.

Inmiddels was duidelijk dat eigenlijk alles eruit kwam. Geen dag, bijna geen uur zonder overgeven. Tot gal en bloedens aan toe. 10, 20, 50 keer. Het hele medische circus was in volle gang: bijna wekelijks langs de gynaecoloog en inmiddels aangepaste medicatie. Bloedtesten, urinetesten, echo’s.

De hele dag door hapjes er in er in lukte me op wilskracht wel. Overgeven was een vast gegeven geworden, vergelijkbaar met ademen  Het begon allemaal om tijd te draaien:  de tijd tussen muizenhapjes eten en overgeven zo lang mogelijk te rekken, zodat de kans op 10% opname door mijn lichaam toenam.

30 seconden… 5 minuten…. 10 minuten…. 10 minuten!!

Het eerste trimester was leren, oefenen en ontdekken. Het tweede trimester was ronduit een hel. En het derde trimester was even erg als het tweede, maar toen wisten we dat ik het ging redden: geen ziekenhuisopname, en geen financiële problemen. En wat scheelde was dat ik alle schaamte voorbij was. Ik had op elke denkbare plaats overgegeven. Naast passagiers in de trein. Op straat. Door de hele auto. In mijn eigen handen als kommetje. Het kon me niks meer schelen.

Geboren
De laatste 4 maanden werkte ik thuis. Op minder dan halve kracht, en opeens kondigde mijn zoon zich aan. 4 weken te vroeg. Kotsend op weg naar de OK, kotsend tijdens de keizersnede. En opeens was daar een heel – te – klein mannetje. Dat helaas heel erg ziek was. Mijn zorgen waren ineens zo onbeduidend, zo klein, zo nietszeggend wanneer ik hem dapper zijn zuurstof zag ademen en de monitor echt te weinig zuurstof aangaf. Hij redde het. Maar gevolgd door 18 maanden reflux en projectielbraken. Het was alsof ik mijn ziekte had doorgegeven aan hem.

En wat voelde ik me schuldig. Nog steeds. Door tijdige informatie, door mijn verpleegkundige vriend, door goede medische ondersteuning, door een uit nood geboren doelstelling en door maandenlang snoei- en snoeihard voor mezelf te zijn ben ik uit het ziekenhuis gebleven. Maar heeft het niet te veel gekost? Een ziek ventje? Projectielbraken? Eenzaamheid en verdriet? Na 4 jaar nog steeds moe? 3 kiezen?

Het zijn vragen waar ik maar niet al te lang bij stilsta. Ik voel me een gezegend mens met mijn kleine dappere mannetje. De eerste en tevens de laatste. Want deze weg willen we niet nogmaals bewandelen.

Door: N.

Back To Top